Het college legt een maatregel op indien de belanghebbende een
verplichting schendt zoals bedoeld in de artikelen 13, vierde
lid, 20, 37 en 38, twaalfde lid van de IOAW en de IOAZ.
Het college stemt de maatregel af op de ernst van de gedraging,
de mate waarin dit de belanghebbende kan worden verweten en de
omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert.
Indien de belanghebbende zich al eerder schuldig heeft gemaakt
aan maatregelwaardige gedragingen wordt bij de bepaling van de
zwaarte van de maatregel hiermee rekening gehouden.
Het college legt ook een maatregel op indien de belanghebbende
zich zeer ernstig misdraagt tegen het college of met de
uitvoering van de wet belaste personen en instanties tijdens het
verrichten van hun werkzaamheden.
Hoofdstuk 1:
Artikel 2:
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015