De maatregel bij gedragingen zoals bedoeld in artikel 9 worden
vastgesteld op:
30% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de
eerste categorie;
100% van de grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de
tweede categorie.
100% van de grondslag voor onbepaalde duur bij gedragingen van
de derde categorie. Hierbij geldt wel dat de maatregel nooit
meer kan zijn dan het netto bedrag aan het verloren inkomen als
gevolg van het bedoelde bedrag.
Indien de belanghebbende zich binnen een periode van 12
maanden opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare
gedragingen van dezelfde of een hogere categorie:
Eerste categorie: bij eerste recidive 100% van de grondslag
gedurende één maand. Bij een tweede recidive binnen 12 maanden
na de eerste recidive 100% gedurende twee maanden. Bij een derde
of volgende recidive is dit 100% gedurende drie maanden.
Tweede categorie: bij de eerste recidive 100% van de
bijstandsnorm voor de duur van twee maanden. Bij de tweede en
volgende recidive 100% gedurende drie maanden.
Hoofdstuk 2:
Artikel 10:
Hoogte en duur van de maatregel bij het schenden van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015