Voordat het college een maatregel oplegt, mag de belanghebbende
zijn zienswijze naar voren brengen.
Het college hoeft de belanghebbende niet de gelegenheid geven
gehoord te worden, als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende al eerder de kans heeft gekregen om zijn
zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe
feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het volgens het college niet nodig is om de belanghebbende te
horen om de ernst van de gedraging of de mate van
verwijtbaarheid vast te stellen;
de betrokkene zich ernstig heeft misdragen zoals bedoeld in
artikel 12.
Hoofdstuk 1:
Artikel 5:
De belanghebbende horen
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015