Het college legt een maatregel niet op, als:
elke vorm van verwijtbaarheid redelijkerwijs ontbreekt;
de gedraging meer dan 12 maanden plaatsvond voordat deze is
geconstateerd.
Het college kan afzien van een maatregel, als het
daarvoor dringende redenen heeft.
Als het college een maatregel niet oplegt op grond van
dringende redenen, krijgt de belanghebbende daarvan
schriftelijk bericht.
Een besluit waarmee een maatregel is opgelegd staat
gelijk aan het besluit om daarvan af te zien in verband
met dringende redenen.
Hoofdstuk 1:
Artikel 6:
Maatregel tot niet opleggen
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015