Als met de maatregel de uitkering wordt verlaagd, kan deze
verlaging op twee momenten ingaan:
Als de uitkering over de betreffende maand nog niet is
uitgekeerd, wordt de maatregel opgelegd op de eerste dag nadat
het besluit aan de belanghebbende bekend is gemaakt.
Als de uitkering over de betreffende maand al is uitgekeerd,
wordt de maatregel opgelegd op de eerste dag van de maand nadat
het besluit aan de belanghebbende bekend is gemaakt.
De maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd, als
na de maatregelwaardige gedraging het recht op een IOAW of
IOAZ-uitkering wordt beëindigd of ingetrokken. De basis is de
grondslag die geldig is op de ingangsdatum van de maatregel. De
maatregel kan niet eerder ingaan dan de dag waarop de gedraging
heeft plaatsgevonden.
Als blijkt dat er op het moment van de melding om een uitkering
sprake is van maatregelwaardig gedrag dan wordt een maatregel
opgelegd vanaf de ingangsdatum van de uitkering voor zover dit
niet ligt voor de betreffende gedraging.
Kan een maatregel, niet volledig worden uitgevoerd, omdat de
uitkering wordt beëindigd? Dan wordt deze alsnog uitgevoerd, als
de belanghebbende binnen een periode van één jaar opnieuw een
uitkering op grond van de IOAW of IOAZ ontvangt.
In die gevallen waarin een maatregel niet volledig kan worden
uitgevoerd, omdat de hoogte van de uitkering onvoldoende is, kan
het bedrag van de maatregel verdeeld worden over meer
maanden.
Hoofdstuk 1:
Artikel 7:
Hoe de maatregel wordt opgelegd
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015