**1..** Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld dan wel een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing of teruggaaf ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, kan de ambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen de te weinig geheven belasting navorderen.
**2..** Navordering op grond van het eerste lid vindt plaats in de gevallen waarin:
sprake is van een kennelijk onjuiste aanslag, en
niet sprake is van:
1e. een feit dat de bedoelde ambtenaar bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, behoudens in het geval dat de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is;
2e. een bij de belanghebbende opgewekt, in rechte te beschermen vertrouwen dat de oorspronkelijk opgelegde aanslag juist was;
3e. een gewijzigd inzicht in de toepassing van de wettelijke bepalingen.
Artikel 4
Navordering te weinig geheven belasting
Onderdeel van Regeling herziening waardebeschikking WOZ en navordering gemeentelijke belastingen 2004