**1..** Er is sprake van een ‘kennelijk onjuiste aanslag’ als bedoeld in artikel 4, tweede lid, indien de aanslag een dermate grote afwijking vertoont van hetgeen bij belanghebbende bekend is te achten met betrekking tot zijn belastingschuld, dat bij hem niet het vertrouwen kan zijn gewekt dat de aanslag juist kan zijn.
**2..** Voor de toepassing van artikel 4 is er sprake van een kennelijk onjuiste aanslag als bedoeld in het eerste lid indien blijkt dat voor:
de onroerende-zaakbelastingen de belasting
1e. had moeten worden geheven met toepassing van een vastgestelde waarde die tenminste 20 percent met een minimum van € 25.000,-- hoger had moeten zijn dan de waarde zoals deze op het aanslagbiljet is vermeld, of
2e. is geheven met toepassing van een waarde die lager is dan de vastgestelde waarde zoals vermeld op de waardebeschikking van de desbetreffende onroerende zaak;
3e. het tarief voor niet-woningen in plaats van het tarief voor woningen;
de hondenbelasting de belasting had moeten worden geheven naar een groter aantal honden dan het op de aanslag vermelde aantal honden;
de overige gemeentelijke belastingen de belasting had moeten worden geheven met toepassing van een hogere grondslag dan de op de aanslag of de kennisgeving vermelde grondslag.
Artikel 5
Kennelijk onjuiste aanslag
Onderdeel van Regeling herziening waardebeschikking WOZ en navordering gemeentelijke belastingen 2004