Elke budgethouder stelt minimaal twee maal per jaar een (financiële) rapportage op van budgetafwijkingen, geleverde goederen en diensten en -indien daar aanleiding voor is- de maatschappelijke effecten. Die rapportage vormt de basis voor het samenstellen van de documenten in de beleidscyclus, die door het College van Burgemeester en Wethouders op de in de vigerende Financiële verordening 212 genoemde tijdstippen ter vaststelling worden aangeboden aan de Gemeenteraad. In de rapportage wordt in ieder geval aandacht besteed aan de in bedoelde verordening genoemde onderwerpen.
Elk jaar in november stelt de budgethouder een financiële rapportage op van budgetafwijkingen. Dierapportage vormt de basis voor de zogenoemde 'slotwijziging' waarin het College van Burgemeester enWethouders aan de Gemeenteraad voorstelt om deze afwijkingen in de begroting van het lopendebegrotingsjaar op te nemen.
Bij een dreigende budgetoverschrijding wordt gehandeld conform de verordening 212 waarin het financiële beheer en de uitgangspunten voor het financiële beleid zijn vastgelegd.
De budgethouder verschaft het College van Burgemeester en Wethouders de benodigde gegevens om het College in staat te stellen om te voldoen aan de informatieplicht als bedoeld in de vigerende Financiële verordening 212.
Ongeacht de periodieke rapportages is de budgethouder gehouden om in gevallen die daartoe aanleiding geven de gemeentesecretaris / algemeen directeur onmiddellijk te informeren. Bij de signalering van budgetafwijkingen lopende het jaar doet de budgethouder in overleg met de financieel adviseur voorstellen voor compensatie op die afwijking.
Ongeacht het gestelde in dit besluit kan het College van Burgemeester en Wethouders voor eenbegrotingsjaar besluiten tot een afwijkende rapportage- of informatiefrequentie.
Artikel 3
Tussentijdse (management)rapportages en -informatie
Onderdeel van Budgethoudersregeling gemeente Bergen op Zoom 2014