Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2015

1.. De belasting verschuldigd naar de maatstaf als bedoeld in artikel 4, onderdeel a ontstaat bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. De belasting verschuldigd naar de maatstaven als bedoeld in artikel 4, onderdelen b en c ontstaat bij het einde van elk kalenderjaar. 3.. Indien in afwijking van het tweede lid, de belastingplicht voor de belasting naar de maatstaven als bedoeld in artikel 4, onderdelen b en c in de loop van het kalenderjaar eindigt, ontstaat de belastingschuld bij het einde van de belastingplicht. 4.. Indien de belastingplicht voor de belasting verschuldigd naar de maatstaf als bedoeld in artikel 4, onderdeel a in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.. Indien de belastingplicht voor de belasting verschuldigd naar de maatstaf als bedoeld in artikel 4, onderdeel a in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 6.. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 7.. De belasting bedoeld in artikel 4, onderdelen d, e en f is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel