Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2015

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 heeft de belastingschuldige met betrekking tot de op grond van artikel 6, eerste lid, van deze verordening verschuldigde belasting de keuze uit de volgende betalingsmogelijkheden: Indien een machtiging wordt afgegeven tot automatische afschrijving van de verschuldigde belasting, wordt het totaalbedrag van de aanslag in 12 maandelijkse termijnen geïncasseerd met ingang van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Indien geen machtiging wordt afgegeven tot automatische afschrijving van de verschuldigde belasting, dient de aanslag te worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.. De op grond van artikel 6, derde lid, van deze verordening verschuldigde belasting dient te worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving. 3.. Indien de verschuldigde belasting bedoeld in artikel 4, onderdelen b en c, in de loop van het belastingjaar (tussentijds) wordt afgerekend, en deze afrekening niet kan worden gecombineerd met andere gemeentelijke belastingen zoals onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing, dan dient in afwijking van de in het eerste lid omschreven betalingstermijnen de verschuldigde belasting te worden voldaan uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel