Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Groepsgewijze ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2015

4.7.1 Inleiding De tweede vorm van ondersteuning is de groepsgewijze ondersteuning. Dit is gericht op deelname binnen de lokale gemeenschap en het bieden van een dagstructuur. Groepsgewijze ondersteuning vindt zo veel mogelijk lokaal plaats en waar mogelijk in of met gemengde groepen. In deze (gemengde) groepen draagt de zinvolle dagbesteding van de ene cliënt bij aan die van de andere cliënt. De groepsgewijze ondersteuning is gericht op het: stimuleren van sociale contacten voorkomen van sociaal isolement ontlasten van mantelzorgers leren omgaan met fysieke en/of cognitieve beperkingen handhaven en bevorderen van zo zelfstandig mogelijk functioneren voorkomen van achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal-emotionele vaardigheden aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden afgestemd op de interesses en mogelijkheden van de betrokkenen Niveau basis-middel-zwaar Er worden diverse resultaten beoogd met het leveren van groepsgewijze ondersteuning, zoals: De cliënt heeft een dagbesteding (parttime/fulltime) en is aantoonbaar tevreden met zijn/haar dagbesteding. De cliënt heeft zijn/haar informeel netwerk versterkt en kan deze inzetten ten behoeve van het zelfstandig leven. De ondersteuning van de cliënt is waar mogelijk gericht op betaalde arbeid. De cliënt heeft structuur in het invullen van de dag. Bij de cliënt waarbij de zinvolle dagbesteding in een beschutte omgeving moet plaatsvinden, draagt deze bij aan het zoveel mogelijk behouden van het niveau van participatie. Het niveau van de groepsgewijze ondersteuning sluit aan bij de ondersteuningsbehoefte van de belanghebbende. A.Groepsgewijze Ondersteuning (basis) Actie: Stimuleren en toezicht De zelfredzaamheid is minimaal op één domein laag of onvoldoende. In voorkomende gevallen is de zelfredzaamheid op meerdere leefdomeinen laag of onvoldoende. De cliënt beschikt over voldoende verandercapaciteit en heeft voldoende mogelijkheden tot ontwikkelen van vaardigheden. Bij deze cliënten is er geen noodzaak tot het overnemen van taken. Bijvoorbeeld bij de dagelijkse routing en met het uitvoeren van vooral complexere activiteiten. De cliënt kan zelf om hulp vragen. De ondersteuning is er op gericht door stimulans en/of toezicht ervoor te zorgen dat de cliënt in staat is om zijn/haar maatschappelijke deelname zelfstandig vorm te geven. De groepsgewijze ondersteuning kan op afstand, via korte contactmomenten en /of door inzet van vrijwilligers (of vrijwilligersorganisaties) die de directe ondersteuning uitvoeren, plaatsvinden. B.Groepsgewijze Ondersteuning (middel) Actie: Helpen bij De zelfredzaamheid is op minimaal één leefdomein onvoldoende. In voorkomende gevallen is de zelfredzaamheid op meerdere leefdomeinen onvoldoende. De cliënt beschikt over beperkte verandercapaciteit en heeft beperkt mogelijkheden tot ontwikkelen van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze cliënten een veelal stabiliserend tot beperkt positief effect hebben op een of meerdere domeinen. De ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme) die voor de cliënt niet vanzelfsprekend zijn. Dit kan zodanige problemen opleveren dat de cliënt afhankelijk is van ondersteuning. De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de cliënt soms niet goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf niet voldoende begrijpelijk kan maken. Het niet inzetten van ondersteuning kan leiden tot verwaarlozing/opname van de cliënt. Groepsgewijze ondersteuning kan met professionele ondersteuning in de lokale samenleving plaatsvinden. C.Groepsgewijze Ondersteuning (zwaar) Actie: Overnemen en regie De zelfredzaamheid is op meerdere of alle leefdomeinen onvoldoende. De cliënt beschikt over onvoldoende verandercapaciteit en heeft onvoldoende mogelijkheden tot ontwikkelen van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze cliënten maximaal een stabiliserend effect hebben op een of meerdere domeinen. De ondersteuning richt zich op het overnemen van taken door een professional, omdat de cliënt ernstige problemen heeft. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij complexe taken die voor de cliënt moeten worden overgenomen. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaat moeizaam. De cliënt kan niet zelfstandig problemen oplossen en/of besluiten nemen. Voor de dagstructuur en het voeren van regie is de cliënt afhankelijk van hulp van anderen. Groepsgewijze ondersteuning vindt plaats in een beschutte omgeving waarbij continu toezicht nodig is. 4.7.2 Afwegingskader De inhoud van het resultaat “een ingevulde dag hebben” bestaat uit het bieden van activiteiten die in plaats komen van (betaald) werk of het volgen van regulier of speciaal onderwijs. Het college bepaalt allereerst of de beperking van de belanghebbende gecompenseerd kan worden door gebruik te maken van wettelijk voorliggende voorzieningen, zoals regulier en speciaal onderwijs, opleiding, reguliere betaalde arbeid, of arbeid op grond van de Participatiewet, Wajong of de Wet sociale werkvoorziening. Het college beoordeelt vervolgens in hoeverre de mantelzorger, het steunsysteem van de belanghebbende of algemene voorzieningen zoals bijvoorbeeld sociaal cultureel werk of vrijwilligerswerk een oplossing kunnen bieden. Is dat niet of onvoldoende het geval dan beoordeelt het college of er compensatie plaats moet vinden in de vorm van een individuele voorziening. Deze kan in een collectieve vorm worden geboden of in een individuele vorm, waarbij collectief indien passend en beschikbaar, de voorrang heeft boven de individuele vorm. Het college houdt daarbij rekening met in de persoon van de belanghebbende gelegen factoren zoals diens (medische) situatie en zijn belastbaarheid. Het college houdt rekening met de draagkracht van mantelzorger. Zo kan in geval van dreigende overbelasting van de mantelzorger een individuele voorziening aan de verzorgde belanghebbende worden toegekend. Vervolgens bepaalt het college de omvang van de maatwerkvoorziening. De omvang wordt mede afgestemd op de behoefte van belanghebbende en zijn mantelzorger(s). Voor groepsgewijze ondersteuning geldt een maximum van 9 dagdelen per week voor personen tot 65 jaar. Een dagdeel bedraagt 4 uur. Het maximum aantal dagdelen is afgeleid van het gemiddeld aantal uren dat een gezond persoon naar school gaat, studeert of betaalde arbeid verricht. Voor personen van 65 jaar en ouder is het maximum voor dagopvang 6 dagdelen per week. Zie hiervoor ook “tabel gemiddelde tijden begeleiding” Het college betreft bij haar afweging ook de afstand van de locatie waar de activiteiten plaatsvinden, ten opzichte van het adres van de belanghebbende. Uitganspunt is dat de locatie die zich het dichtst bij het adres van de belanghebbende bevindt en die adequate compensatie biedt voor de beperking van de belanghebbende, voorliggend is aan locaties die veder weg liggen. Tenslotte beoordeelt het college of de belanghebbende in staat is om de locatie van de dagbesteding te bereiken. Wanneer de belanghebbende in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen of onder begeleiding) of met een fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorger of vrijwilliger, indien beschikbaar) de dagbesteding kan bereiken, dan is dit voorliggend. Is dit niet het geval dan kan het college vervoer van en naar de locatie van de activiteiten verstrekken. Het maakt dan onderdeel uit van het totale arrangement groepsgewijze ondersteuning en wordt geregeld door de aanbieder. Het vervoer mag collectief/groepsgewijs worden geregeld voor meerdere cliënten waar vervoer onderdeel uitmaakt van de maatwerkvoorziening in de vorm van groepsgewijze ondersteuning. De groepsgewijze ondersteuning kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (hiernaar pgb). Om het bedrag van het pgb vast te stellen hanteert het college verschillende tarieven. Dit wordt uitgewerkt in het besluit maatschappelijke ondersteuning Aalten.

Rechtspraak bij dit artikel