Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 8

: slotbepalingen

Onderdeel van Klachtenregeling ongewenst gedrag

1.. Ambtenaren en door het college van burgemeester en wethouders aangewezen interne vertrouwenspersonen die als terechte klager, vertrouwenspersoon, of als informant persoonlijk betrokken is of is geweest bij een klachten-procedure zoals neergelegd in deze regeling, mogen niet om die reden worden ontslagen of anderszins in hun positie binnen de gemeente benadeeld worden 2.. Het college van burgemeester en wethouders kunnen daar waar de regeling niet voorziet of kennelijk onredelijk uitwerkt afwijkend besluiten. 3.. Het college draagt zorg voor voldoende bekendmaking van deze regeling. 4.. Deze regeling kan worden aangehaald als "klachtenregeling ongewenst gedrag”. 5.. Deze regeling treedt in werking op 15 oktober 2002.

Rechtspraak bij dit artikel