Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

: afhandeling van de klacht

Onderdeel van Klachtenregeling ongewenst gedrag

1.. Is de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag van mening dat hem voldoende gegevens ter beschikking staan, dan komt hij tot een oordeel over de klacht en stelt zijn uitspraak vast. 2.. De uitspraak kan bestaan uit: een voorstel aan klager tot informele afhandeling van het geschil. De klager laat de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag binnen 10 dagen weten of op het voorstel al dan niet wordt ingegaan. een formeel advies aan het college van burgemeester en wethouders omtrent de nadere afhandeling van de klacht waarin de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag zich, nadat hij zich heeft uitgesproken over de ontvankelijkheid van de klacht, uitspreekt over de gegrondheid van de klacht. Het advies bevat in ieder geval een voorstel over de te nemen maatregelen. Het advies kan ook het voorstel tot het opleggen van een disciplinaire maatregel en de aard en zwaarte daarvan omvatten. Het hier bedoelde advies wordt ter kennis gebracht van de gemeentesecretaris, met uitzondering van die gevallen waarin deze zelf als partij betrokken is. 3.. In het geval dat de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag besluit tot een uitspraak als bedoeld in lid 2 a van dit artikel en klager laat weten niet met het voorstel tot afhandeling in te stemmen wordt door de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag alsnog een uitspraak als bedoeld in lid 2 b vastgesteld. 4.. In het geval dat de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag besluit tot een uitspraak als bedoeld in lid 2 b van dit artikel, stelt hij voorafgaand aan het uit te brengen advies aan het college van burgemeester en wethouders, de direct betrokkene(n) op de hoogte van de inhoud van dit advies. 5.. Het besluit van het college van burgemeester en wethouders wordt ter kennis gebracht van de klager, de beklaagde en de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag.

Rechtspraak bij dit artikel