**1..** De aanvrager dient middels een oriëntatiemelding bij Kadaster Klic te inventariseren welke ondergrondse belangen incl. kruisingen zich in het beoogde tracé bevinden
**2..** De aanvrager van de vergunning /het instemmingsbesluit is bij het initiëren van omvangrijke projecten en/of aanleg transportleidingen verantwoordelijk voor informeren en afstemmen van andere netbeheerders over voorgenomen werkzaamheden en inzichtelijk maken van ondergrondse belangen van derden incl. kruisingen binnen het beoogde tracé(s)
**3..** De aanvrager van de vergunning / het instemmingsbesluit kan door gemeente verplicht worden, voorafgaand aan de vaststelling van het definitieve tracé, onderzoek te doen naar de werkelijke ligging van kabels en leidingen doormiddel van proefsleuven. Het resultaat van de proefsleuven (incl. maatvoering) dient bij eerste aanzeggen bij de toezichthouder aangeleverd te worden
**4..** Indien blijkt dat de zetting aan een direct aan de openbare ruimte grenzende gevel zodanig is dat verwacht kan worden dat de huisaansluiting dreigt te beschadigen of af te breken dan is de vergunning aanvrager / aanvrager van het instemmingsbesluit verplicht hiernaar onderzoek te doen, zo nodig maatregelen te nemen en deze bij de toezichthouder te specificeren
**5..** Indien leidingen onder een overkapping worden gesitueerd, dan dient de hoogte van de overkapping ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde uitgiftepeil minimaal 2,50 m te bedragen, in verband met de benodigde werkruimte voor mechanisch materieel.
**6..** Indien leidingen boven een onderbouwing worden gesitueerd, dan dient de diepte van de onderbouwing ten opzichte van het ter plaatse vastgestelde maaiveld ten minste 0,90 m te bedragen, in verband met benodigde gronddekking voor leidingen
**7..** Tijdelijk aan te brengen voorzieningen in de openbare ruimte zoals damwanden, heipalen, etc. dienen na voltooiing van de werkzaamheden te worden verwijderd. De toezichthouder van de gemeente dient zowel bij plaatsing als verwijdering in kennis te worden gesteld. Mocht dit om welke reden dan ook niet mogelijk zijn, dan kan door de toezichthouder besloten worden deze voorzieningen tot een nader te bepalen maat onder het maaiveld te verwijderen. In de regel is deze maat minimaal 2,50 m.
**8..** Bij het plannen van routes van kabels, leidingen en voorzieningen nabij bomen en in of nabij groenvoorzieningen dienen de voorschriften uit de paragraven 6.9, 6.10 en 6.11 van dit handboek in acht genomen te worden. Tevens ter voorbereiding van graafwerkzaamheden nabij bomen dient de handreiking CROW publicatie 208 "Combineren onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen" geraadpleegd te worden.
**9..** Er worden geen bovengrondse obstakels boven leidingen geplaatst. Indien geen andere oplossing mogelijk is, dan kan in overleg en na goedkeuring van de gemeente en leidingbeheerders alsnog tot plaatsing boven leidingen worden overgegaan.
**10..** Huisaansluitingen worden zo veel mogelijk haaks op het distributienet aangelegd om geen beslag te leggen op de ruimte voor distributieleidingen.
Artikel 4.2