Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer na aanvulling en verdichting de grondslag te hoog blijkt, moet deze op de juiste hoogte worden aangebracht. De overtollige grond moet worden afgevoerd. 2.. Alle bestratingsmaterialen, trottoirbanden en opsluitbanden dienen in oorspronkelijke staat en onbeschadigd te worden aangebracht. De uitvoerder dient bij beschadiging zelf te zorgen voor vervangend materiaal dat van dezelfde soort, afmeting, kleur en kwaliteit moet zijn als het oorspronkelijk aanwezig materiaal. 3.. De gemeentewerf kan, indien voorradig, vervangend materiaal leveren. Indien het materiaal voor aanvang van het werk beschadigd blijkt te zijn dan stelt de gemeente het materiaal kosteloos ter beschikking. Als de uitvoerende partij de schade aan het materiaal veroorzaakt dan wordt het vervangend materiaal door de gemeente in rekening gebracht. 4.. Door de gemeente ter beschikking gestelde bouwstoffen en materialen kunnen uitsluitend worden verkregen middels de procedure die in hoofdstuk 8 is aangegeven. 5.. Tijdens de werkzaamheden vrijgekomen niet herbruikbare materialen dienen door de netbeheerder of uitvoerder te worden afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf of stortplaats. 6.. Indien de netbeheerder of uitvoerder op het werkterrein, voorafgaand aan het werk, beschadigde materialen aantreft kan op zijn verzoek een voorschouw worden gehouden met de toezichthouder, waarbij tevens afspraken kunnen worden gemaakt over de levering van de vervangende materialen door de gemeentewerf. 7.. Tenzij met de toezichthouder van de gemeente anders is overeengekomen geldt dat alle weer aangebrachte elementen ten opzichte van de ongeroerde elementen vlak bestraat dienen te worden. Binnen het weer aangebrachte straatwerk mogen geen oneffenheden voorkomen. Het straatwerk dient onder hetzelfde profiel en verband te worden bestraat als voor de werkzaamheden aanwezig was. 8.. Indien bestratingsmateriaal passend gemaakt moet worden dient dit te gebeuren door knippen of zagen. 9.. Uitgevoerd straatwerk dient te worden afgetrild en ingeveegd met brekerzand. 10.. Asfalt- en overige gesloten verhardingen dienen door de netbeheerder tijdelijk te worden dichtgeblokt met voor diens rekening aan te leveren betonklinkers, tenzij met de toezichthouder anders is overeengekomen. 11.. Definitief herstel van gesloten verharding wordt op kosten van de netbeheerder uitgevoerd door de gemeente, tenzij anders overeen te komen. 12.. Na het afwerken van de bestrating mag geen puin, grond, zand en/of afval van de werkzaamheden op het werk meer voorkomen.

Rechtspraak bij dit artikel