**1..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 10% van de voor de
inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van
een maand indien de inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien
van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking verleent
aan het onderzoek als bedoeld in artikel 25, vierde lid van de
wet.
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de voor de
inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van
een maand indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
inburgeringsvoorziening als bedoeld in artikel 23, eerste lid van de
wet of aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van deze
verordening.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de voor de
inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van
een maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel
7, eerste lid van de wet bedoelde termijn of niet binnen de door het
college op grond van artikel 31, tweede lid, onder a van de wet
verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**4..** Bij de vaststelling van het boetebedrag op grond van dit artikel
voor inburgeringsplichtigen zonder Wwb-uitkering geldt de netto
bijstandsnorm die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden
als hij belanghebbende in de zin de van Wwb zou zijn, zonder nadere
vaststelling van de woonomstandigheden. In deze situatie wordt in
alle gevallen uitgegaan van de norm voor zelfstandig wonenden.
**5..** De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete
bedraagt per overtreding maximaal het in artikel 34 van de wet
vermelde bedrag.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Dinkelland