Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Dinkelland

1.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 10% van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek als bedoeld in artikel 25, vierde lid van de wet. 2.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening als bedoeld in artikel 23, eerste lid van de wet of aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van deze verordening. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid van de wet bedoelde termijn of niet binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onder a van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.. Bij de vaststelling van het boetebedrag op grond van dit artikel voor inburgeringsplichtigen zonder Wwb-uitkering geldt de netto bijstandsnorm die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin de van Wwb zou zijn, zonder nadere vaststelling van de woonomstandigheden. In deze situatie wordt in alle gevallen uitgegaan van de norm voor zelfstandig wonenden. 5.. De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt per overtreding maximaal het in artikel 34 van de wet vermelde bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel