Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

De hoogte van de bestuurlijke boetes bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Dinkelland

1.. De bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel 11, eerste lid van deze verordening bedraagt ten hoogste 20% van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige, of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 2.. De bestuurlijke boete voor overtredingen als bedoeld in artikel 11, tweede lid van deze verordening bedraagt ten hoogste 40% van de voor de inburgeringsplichtige toepasselijke bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 4.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 40% van de voor de inburgeringsplichtige vastgestelde bijstandsnorm voor de duur van een maand indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. 5.. Bij de vaststelling van het boetebedrag op grond van dit artikel voor inburgeringsplichtigen zonder Wwb-uitkering geldt de netto bijstandsnorm die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin de van Wwb zou zijn, zonder nadere vaststelling van de woonomstandigheden. In deze situatie wordt in alle gevallen uitgegaan van de norm voor zelfstandig wonenden. 6.. De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt per overtreding maximaal het in artikel 34 van de wet vermelde bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel