**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel
aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de
door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
termijn.
**2..** Indien niet ter plaatse dan wel binnen redelijk te achten afstand
kan worden herplant, dan wel dat herplant naar het oordeel van het
bevoegd gezag naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende
compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand dan wel dat de
herplant ook niet na het in artikel 9 lid 2 onder c bedoelde aantal
pogingen aanslaat, kan het bevoegd gezag bepalen dat door de in het
eerste lid genoemde (rechts)personen een geldelijke bijdrage dient
te worden gestort in het gemeentelijk herplantfonds. De hoogte van
de geldelijke bijdrage wordt bepaald door de boomwaarde van de reeds
gevelde houtopstand.
**3..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
vervangen.
**4..** Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag
aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:
een bomen-effect-analyse op te stellen en aan te bieden aan
het bevoegd gezag overeenkomstig de door hen te geven
aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
en/of;
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
**5..** Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
verplicht daaraan te voldoen.