Naar hoofdinhoud

Artikel 9:

Voorschriften

Onderdeel van Bomenverordening Geldrop-Mierlo 2014

1.. Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant. 2.. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste bepaald: binnen welke termijn; op welke wijze; en hoeveel herplantpogingen moeten worden ondernomen om niet aangeslagen herplant te vervangen. 3.. Indien niet ter plaatse dan wel binnen redelijk te achten afstand kan worden herplant, dan wel dat herplant naar het oordeel van het bevoegd gezag naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand, kan het bevoegd gezag aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de houtopstand niet mag worden geveld alvorens een geldelijke bijdrage is gestort in het gemeentelijk herplantfonds. 4.. Het bevoegd gezag stelt nadere regels vast voor het bepalen van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde geldelijke bijdrage. 5.. Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere daarvoor benodigde vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures zijn verleend en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. 6.. Indien tegen de in het vijfde lid bedoelde besluiten nog de mogelijkheid open staat om hiertegen een bezwaar of beroep in te dienen kan aan de vergunning voorts het voorschrift worden verbonden dat niet tot het vellen van de houtopstand wordt overgegaan indien binnen de daarvoor openstaande termijn bij de bevoegde rechter een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend totdat op dat verzoek is beslist.

Rechtspraak bij dit artikel