1.Het college kan een uitkeringsgerechtigde die:
geen gebruik maakt van een vorm van actieve werkdienstverlening en
niet ontheven is van de verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a Participatiewet, artikel 37, eerste lid, IOAW of artikel 37, eerste lid, IOAZ
vragen een tegenprestatie te verrichten.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan het college de vraag om een tegenprestatie te verrichten eveneens richten tot een uitkeringsgerechtigde die op grond van leeftijd in combinatie met ontbrekend arbeidsmarktperspectief is ontheven van de verplichting als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a Participatiewet, artikel 37, eerste lid, IOAW of artikel 37, eerste lid, IOAZ.
Het college vraagt geen tegenprestatie aan een belanghebbende die:
mantelzorg verricht;
gedurende de periode dat hij een uitkering ontvangt part-time betaalde werkzaamheden verricht;
al vrijwilligerswerk verricht dat voldoet aan het gestelde in artikel 2.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3
Doelgroep voor de tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie gemeente Arnhem 2015