Het vrijwillige karakter van de tegenprestatie komt eveneens tot uitdrukking in artikel 5. Daarin is bepaald dat het college het in principe aan de belanghebbende overlaat wat voor tegenprestatie hij verricht (zolang maar aan de randvoorwaarden van artikel 2 wordt voldaan), voor hoeveel uren en voor hoe lang. En uitzondering geldt wanneer het college constateert dat het verrichten van een tegenprestatie niet meer verenigbaar is met het recht op uitkering. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer mensen binnen een bedrijf actief zijn of wanneer hun persoonlijke activiteiten een bedrijfsmatig karakter krijgen. In veel gevallen zal dan ook geconstateerd worden dat de activiteiten niet voldoen aan de randvoorwaarden die aan de tegenprestatie gesteld worden. Het college kan in zo’n geval besluiten de verrichte activiteiten niet langer meer aan te merken als tegenprestatie.
Hoofdstuk
Artikel 5
Aard, omvang en duur van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie gemeente Arnhem 2015