1.Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van eenlangdurig, laag inkomen is voldaan indien de belanghebbende gedurende de referteperiodeaangewezen is geweest op een inkomen dat per maand niet hoger is geweest dan 100% van devoor hem geldende bijstandsnorm.
2.Inkomsten die gedurende een totale maximale periode van zes maanden in de referteperiodehoger liggen dan de inkomensgrens als bedoeld in het eerste lid, met een maximum van 110%van de geldende bijstandsnorm, worden buiten beschouwing gelaten.
3.Het bepaalde in het tweede lid, is indien de belanghebbende door eigen schuld of toedoen geen (gesubsidieerd) werk heeft behouden, niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
- Langdurig laag inkomen
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Capelle aan den IJssel 2015