De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt per 12 maanden als volgt:
40% van de van toepassing zijnde bijstandnorm, afgerond op hele euro’s naar boven;
voor de alleenstaande ouder wordt de toeslag onder a, zodra het overgangsrecht vanartikel XII, tweede lid, Wet hervorming kindregelingen en/of artikel XVIII Wet maatregelenWWB niet meer op de alleenstaande ouder van toepassing is, dan wel dit recht leidt toteen lagere bijstandsnorm, verhoogd met € 100,- voor het eerste ten laste komend kinden € 50,- voor het tweede ten laste komend kind.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, eerste lid, van de wet komt de rechthebbende gehuwde in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Voor de toepassing van dit artikel is de situatie op de peildatum bepalend.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4
- Hoogte van de individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Capelle aan den IJssel 2015