Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden studietoeslag

Onderdeel van Verordening individuele studietoeslag Capelle aan den IJssel 2015

Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling alsbedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet kan een aanvraag indienen vooreen individuele studietoeslag voor zover hij voldoet aan de volgende voorwaarden: 18 jaar of ouder is; recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeftop een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkomingonderwijsbijdrage en schoolkosten; -geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewetheeft; en -een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van hetwettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS tegemoetkoming, betekentniet dat deze persoon ook daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming moetontvangen. Het recht op studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet geregeld enis geen vereiste voor het ontvangen van een individuele studietoeslag op grond van deParticipatiewet. Voor het recht op een individuele studietoeslag ishet dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de toeslag – aannemelijk moeten maken dat hij recht opstudiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO ofdoor een bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. Naast deze wettelijke voorwaarden, geeft het college in nadere regels aan wie een individueletoeslag kan worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel