1 Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruikmaken
van een door of vanwege burgemeester en wethouders vastgesteld
formulier.
2 De aanvraag moet inhouden:
a correspondentieadres van de aanvrager in Nederland;
b indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en adres;
c naam en adres van degene, die met het slopen zal worden
belast;
d de kadastrale aanduiding van het perceel, waarop zich het te
slopen bouwwerk bevindt en het huisnummer van het bouwwerk; Indien
de sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering van meer dan
één bouwwerk in het kader van hetzelfde project, wordt een lijst met
bedoelde kadastrale aanduidingen en huisnummers van de
desbetreffende bouwwerken bijgevoegd, welke lijst ingevolge het
negende lid is gewaarmerkt;
e een exacte aanduiding van het gedeelte van een bouwwerk waarop de
sloopwerkzaamheden betrekking hebben, indien niet het gehele
bouwwerk wordt gesloopt;
f het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van
het bouwwerk laatstelijk is gebezigd;
g mededeling of een bouwvergunning is of zal worden aangevraagd voor
een op het perceel van het te slopen bouwwerk c.q. het te slopen
gedeelte van het bouwwerk op te richten of te veranderen of uit te
breiden bouwwerk;
h een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal
plaatsvinden;
en voorts, indien van toepassing:
i het sloopveiligheidsplan.
3 In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen
bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te zijn
indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens wordt
overgelegd:
a een afschrift van een volledig asbestinventarisatierapport,
conform BRL 5052, uitgevoerd door een BRL 5052 gecertificeerd
asbest-onderzoeksbedrijf, waaruit blijkt dat er zich geen asbest in
het te slopen bouwwerk bevindt;
b een asbestonderzoeksrapport opgesteld vóór 16 oktober 1998 (=
datum van verwerking in de gemeentelijke bouwverordening van de
vierde serie wijzigingen van de Model-bouwverordening d.d. 1 juli
1997) dat voldoet aan de eisen in BRL 5052, uitgave 1998, waaruit
blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt;
indien het bedoelde asbestonderzoeksrapport is opgesteld vóór 1
januari 1994, dient tevens een schriftelijke verklaring van de
aanvrager te worden overgelegd dat er geen veranderingen van het te
slopen bouwwerk hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende
materialen zijn toegepast;
c een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen bouwwerk is gebouwd
na 1 januari 1994;
d bij woningen of naar bouwconstructie of materiaaltoepassing
vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken en bijgebouwen:
een schriftelijke verklaring van de bouwer van het te slopen
bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft toegepast, alsmede een
schriftelijke verklaring van de aanvrager dat er sinds het tijdstip
van de bouw geen veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij
asbesthoudende materialen zijn toegepast;
e bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke verklaring
van de fabrikant of de leverancier dat het te slopen materiaal geen
asbest bevat, alsmede een schriftelijke verklaring van de aanvrager
dat het materiaal van deze fabrikant of leverancier afkomstig
is.
4 Indien - gelet op het derde lid - wordt vermoed dat het bouwwerk
asbest bevat of de aanvrager
weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk asbest
bevindt wordt met een
volledig asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf
aangetoond of dit juist is, en zo
ja, waar dit asbest zich bevindt. Indien geen
asbestinventarisatierapport van een deskundig
bedrijf wordt overgelegd, moeten bij de aanvraag
andere gegevens worden overgelegd waaruit blijkt of asbest aanwezig
is, en zo ja, waar dit
asbest zich bevindt. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan
indien
a de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking heeft op het
verwijderen van
asbest op in de aanvraag aangeduide plaatsen, of
b een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid 3, onder b bij de
aanvraag is gevoegd.
5 Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt dat
een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk
is verontreinigd met de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van
hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling
Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159,
blz. 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de
vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de uitslag van
dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden
gevoegd.
6 De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in tweevoud
worden ingediend.
7 De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
Nederlands zijn gesteld.
8 De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij
betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar
samenhangende terreinen, dan wel indien zij betrekking heeft op
asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van
hetzelfde project.
9 De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden moeten
door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend dan wel
gewaarmerkt worden.
10 Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk
betreft, moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden de
bestaande en de nieuwe toestand duidelijk blijken.
11 De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en wethouders een
bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van
ontvangst is vermeld.
12 Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het
voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking heeft op
asbest.
13 Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor geen
sloopvergunning is vereist wordt, voor zover dit slopen betrekking
heeft op asbest, aangemerkt als melding als bedoeld in artikel
8.2.1.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 8.1.2
Aanvraag sloopvergunning
Onderdeel van nr 07.01 Bouwverordening Zevenaar 2007 (inhoudsopgave en tekst verordening)