**1..** Voor vorderingen die het gevolg zijn van verwijtbare gedragingen en voor vorderingen in verband met het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel artikel 17, eerste lid, Participatiewet, artikel 13, eerste lid, IOAW/IOAZ, of artikel 30c, tweede en derde lid, Wet SUWI, kan het college besluiten tot kwijtschelding van de openstaande vordering, indien de belanghebbende:
gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; of
gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of
gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten,
een bedrag van ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
**2..** Voor de omstandigheden onder a en b geldt als aanvullende voorwaarde dat in ieder geval een bedrag van 50% van de oorspronkelijke terugvordering, inclusief de loonheffing en premies, is voldaan.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Voorwaarden voor kwijtschelding van verwijtbare vorderingen
Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 Brummen