De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode de
hoofdstukindeling en de begrotingsdoelstellingen vast.
De raad stelt per hoofdstuk en per doelstelling vast:
de beoogde maatschappelijke effecten en prestaties;
de baten en lasten, stortingen en onttrekkingen;
de investeringen uit het investeringsprogramma.
Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
gegevens over indicatoren waarmee de realisatie van maatschappelijke
effecten en prestaties zichtbaar wordt gemaakt.
De onderverdeling van de doelstellingen in de producten staat voor
de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen.
Wijzigingen worden bij de programmabegroting expliciet vermeld.