Wanneer het college oordeelt dat er mogelijk een individuele voorziening noodzakelijk is, roept het college deskundigheid in.
Het inroepen van deskundigheid kan bestaan uit het consulteren van een deskundige en/of het organiseren van een of meerdere gesprekken met de deskundige samen met de jeugdige of zijn ouders.
Wanneer na consultatie van deskundigheid inzet van een individuele voorziening noodzakelijk blijkt, is naast het verwijsformulier ook een door het college afgegeven beschikking nodig.
Het college besluit op basis van de in artikel 7 bedoelde aanvraag over het toekennen van een individuele voorziening.
Wanneer het college besluiten overweegt die betrekking hebben op de veiligheid van een kind wordt een gekwalificeerde gedragswetenschapper om advies gevraagd. Het betreft in ieder geval besluiten over:
te ondernemen actie naar aanleiding van een signaal over een bedreiging van de veiligheid van een derde over een kind of van een signaal van het kind zelf;
het inzetten van professionele interventie(s) om de bedreiging van de veiligheid van het kind op te heffen;
het verzoeken van een maatregel van kinderbescherming om de bedreiging af te wenden c.q. de noodzakelijke hulp te kunnen bieden;
het aanvragen van een (machtiging) uithuisplaatsing;
het terug naar huis laten gaan van een uithuisgeplaatst kind;
het beëindigen van de bemoeienis met kind en gezin.
Afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de inschakeling van een gekwalificeerde gedragswetenschapper zoals bedoeld in lid 5.
Artikel 8.
Inzet bij individuele voorziening
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Coevorden 2015