In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval opgenomen:
of de voorziening in natura of als persoonsgebonden budget (pgb) wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt;
welke individuele voorziening, zoals beschreven in artikel 3.5, maximaal is toegekend en wat de te verstrekken voorziening is;
wat de duur van de voorziening is, waarbij:
bij een eerste toekenning de voorziening voor maximaal één jaar kan worden toegekend;
bij daaropvolgende toekenningen de voorziening ook voor een langere periode kan worden toegekend waarbij tweejaarlijkse toetsmomenten worden vastgelegd;
als er sprake is van een te betalen ouderbijdrage worden de jeugdige of zijn ouders daarover geïnformeerd.