Voor de toepassing van het statuut wordt verstaan onder:
ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene Rechtspositieregeling 2002;
CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;
betrekking: het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten;
passende betrekking: een betrekking, waarin de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten intern kan worden aangesteld danwel bij een externe onderneming of instelling in dienst kan treden; onder persoonlijkheid, vooruitzichten en omstandigheden kunnen onder meer worden verstaan: interesse, capaciteiten, ervaring, kennis, vaardigheden, leeftijd, gezondheidstoestand, (gezins)omstandigheden, scholing, salaris, salarisaanspraken en vastgelegde bevorderingsmogelijkheden;
geschikte betrekking: een betrekking die niet valt onder het begrip "passend", maar die de ambtenaar, nadat deze hem is aangeboden, bereid is te vervullen;
salaris: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Algemene Salarisverordening;
toelagen: de toelagen als bedoeld in de Algemene Salarisverordening en in de Regeling Bezoldigingsbeleid 1995, met uitzondering van de persoonlijke en garantietoelagen;
salarisaanspraken: de opeenvolgende salarisperiodieken van de schaal waarin de ambtenaar is ingedeeld tot en met het hoogste bedrag van de salarisschaal. Zolang een personeelsbeoordelingssysteem nog niet wordt gehanteerd, geldt deze aanspraak tot en met de uitlooprang;
plaatsing boven de sterkte: plaatsing in een niet-formatieve plaats;
college: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen.