Geen havengeld wordt geheven voor:
vaartuigen, eigendom van de gemeente, vaartuigen bestemd voor de
dienst van de gemeente en vaartuigen met ladingen uitsluitend
bestemd voor de gemeente of gemeentebedrijven;
vaartuigen, eigendom van of in gebruik bij of ten behoeve van
het rijk en / of de provincie en uitsluitend bestemd voor de
openbare dienst;
vaartuigen ingericht voor ziekenvervoer en
ziekenvakantieverblijf, uitsluitend als zodanig in gebruik;
sleepboten, welke de haven alleen aandoen om vaartuigen te
brengen of te halen en onmiddellijk na aankomst weer
vertrekken;
lichters of kranen voor zover en zolang deze uitsluitend dienen
tot het verlenen van noodzakelijke hulp aan andere
vaartuigen;
een passagiersschip behorende onder de categorie "vaartuig",
zoals omschreven in artikel 1 welke van de in artikel 2.1
genoemde zaken niet langer dan 24 uren gebruik maakt, mits
sedert het laatste bezoek tenminste 6 dagen zijn
verstreken;
vaartuigen, welke tengevolge van ijsgang of andere natuurlijke
overmacht langer dan 14 dagen moeten blijven liggen, voor zover
de ligtijd de toegestane verblijfsduur overschrijdt;
vaartuigen als bedoeld in artikel 5a en 5b welke op vrijdag na
16.00 uur van één of meer van de in artikel 2 genoemde werken
gebruik maken, mits zij deze op de maandag daaraanvolgend vóór
9.00 uur weer hebben verlaten, zonder lading in te nemen of te
lossen;
vaartuigen, welke van één van de in artikel 2 genoemde werken
geen ander gebruik maken dan voor het doen verrichten van
belangrijke herstelwerkzaamheden. Herstellingen zullen als
belangrijk worden aangemerkt als vitale delen van het vaartuig
tijdelijk hun normale functie niet kunnen vervullen en het
vaartuig als gevolg daarvan niet bedrijfsklaar (vaar- dan wel
los- of laadklaar) kan worden beschouwd;
woonschepen, welke niet meer dan 14 al dan niet
achtereenvolgende dagen in het kalenderjaar ligplaats in de
gemeente innemen;
roeiboten en bijboten, bij vaartuigen behorende;
vaartuigen als bedoeld in artikel 5c wanneer zij ligplaats
innemen in water ten aanzien waarvan het gebruik inclusief het
betalen van een vergoeding daarvoor op privaatrechtelijke
grondslag, zoals huur, erfpacht, is geregeld.
Hoofdstuk II
Artikel 6