Vrijstellingsbepaling.
Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt niet geheven voor:
een vaartuig in dienst van de gemeente Oss en/of ten dienste van
het havenbedrijf werkzaam;
een vaartuig in dienst van het Rijk, mits geen personen of
goederen tegen betaling worden vervoerd;
een Rode Kruis-vaartuig en een vaartuig, erkend als uitsluitend
gebezigd en uitgerust voor een godsdienstige, menslievende of
wetenschappelijke bestemming;
een vaartuig, met een waterverplaatsing van minder dan 5
m3;
een vaartuig, dat door ijsgang of andere redenen van overmacht
zijn reis niet kan beginnen of vervolgen, mits het niet laadt of
lost;
voor een vaartuig, waarvoor reeds havengeld is geheven, wordt
geen verder recht geheven indien het door ijsgang of andere
redenen van overmacht, zijn reis niet kan beginnen of
vervolgen;
ijsgang wordt gerekend te beginnen met de dag, waarop van
rijkswege de betonning wordt weggenomen en op te houden met de
dag, waarop de betonning wordt herplaatst;
HOOFDSTUK 1.
Artikel 5.
Artikel 5.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Scheepvaartrechten Oss 2015