Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Vorm van de ondersteuning

Onderdeel van Reïntegratieverordening Bloemendaal 2004

1.. Ondersteuning kan worden geboden aan een uitkeringsgerechtigde door het aanbieden van een traject, waarbij zonodig voorzieningen kunnen worden ingezet, of door het bieden van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere instanties. 2.. Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt. 3.. Onder een voorziening wordt tevens verstaan: vergoeding van noodzakelijke reiskosten voor deelname aan een voorziening, volgens het goedkoopste openbaar vervoer tarief, voor zover de enkele reisafstand van woonadres tot het adres waar aan de voorziening dient te worden deelgenomen, meer bedraagt dan 10 kilometer enkele reis; en kosten van noodzakelijke kinderopvang gedurende deelname aan een voorziening en de hiermee samenhangende reistijd. 4.. De kosten onder a. en b. worden niet vergoed indien de voorziening bestaat uit gesubsidieerde arbeid of een loonkostensubsidie als bedoeld artikel 12 en 13 van deze verordening. 5.. Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is. 6.. Het college kan een voorziening beëindigen indien: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 van de wet niet nakomt; de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening; en/of naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel