Lid 1:
Een arbeidsmarkttoelage kan worden toegekend als het college van Burgemeester en Wethouders van oordeel is dat er schaarste van bepaalde medewerkers op de arbeidsmarkt heerst waardoor functies moeilijk vervulbaar zijn. Redenen om een arbeidsmarkttoelage toe te kennen zijn: het voorkomen van uitstroom van medewerkers of het aantrekken van potentiële medewerkers.
Lid 2:
Als van een functie wordt vastgesteld dat er schaarste op de arbeidsmarkt heerst, dan geldt de toelage zowel voor de te werven nieuwe medewerker als voor de zittende medewerker die exact dezelfde functie uitvoert op dezelfde afdeling.
Lid 3:
De hoogte van de arbeidsmarkttoelage bedraagt maximaal het verschil tussen het huidige schaalbedrag en het maximum van de naast hogere salarisschaal.
Lid 4:
De arbeidsmarkttoelage wordt toegekend voor een tijdvak van minimaal 1 jaar en maximaal 3 jaar.
Voorwaarde voor het toekennen van de toelage is dat uit de beoordeling blijkt dat de medewerker ten minste ‘Naar verwachting’ functioneert.
Lid 5:
De toelage eindigt:
als de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn,
als uit de beoordeling van de betrokken medewerker blijkt dat het functioneren ‘beneden verwachting’ is,
op de vastgestelde vervaldatum.
Bij het beëindigen van de arbeidsmarkttoelage, ongeacht de duur en de hoogte van de toelage, kan de medewerker geen aanspraak maken op de afbouwregeling op grond van artikel 20 van deze regeling.
Lid 6:
Als de situatie op de arbeidsmarkt waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een arbeidsmarkttoelage worden toegekend.
Hoofdstuk
Artikel 11:
Arbeidsmarkttoelage
Onderdeel van Bezoldigingsregeling gemeente Montfoort 2008