Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6
van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet
verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking
heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening
van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de
ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het
maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie
goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de
aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding
voor onderhoud en verzekering.
De hoogte van een pgb bedraagt minimaal 70% van de kostprijs van de
in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in
natura.
Het college kan nadere regels stellen over hoogte en de wijze waarop
de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.
Artikel 11.
Regels voor pgb
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015 (1e herziening)