Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015 (1e herziening)

1.. De gemeente hanteert de maximale bedragen van artikel 3.1, eerste lid, van het landelijk uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De bedragen per 4 weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan de genoemd in artikel 3.1, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2.. De kostprijs van een pgb of maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 3.. De hoogte van de eigenbijdrage gaat de kostprijs niet te boven. 4.. De eigenbijdrage wordt gevraagd zolang de voorziening in gebruik is. 5.. De duur van de eigenbijdrage voor maatwerkvoorzieningen in eigendom die met een pgb verstrekt worden geldt een afschrijvingstermijn die bepaald is op: Vervoersvoorzieningen 7 jaar Roerende woonhulpmiddelen 7 jaar Woningaanpassing, niet zijnde aanbouw 10 jaar Woningaanpassing in de vorm van een aanbouw 15 jaar 6.. Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 7.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door CAK vastgesteld en geïnd. 8.. De eigenbijdrage voor maatwerkvoorzieningen en pgb zijn inkomensafhankelijk. 9.. De eigen bijdrage mag niet uit het pgb betaald worden. 10.. Voor hulp bij het huishouden in natura betaalt de cliënt een eigen bijdrage op basis van de feitelijk geleverde uren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel