**1.** Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de volgens artikel 4:87 Awb vastgestelde betalingstermijn.
**2.** Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de wet, artikel 28, tweede lid van de IOAW en artikel 28, tweede lid van de IOAZ en met voorbijgaan aan de in het eerste lid genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of uitkering.
**3.** Wanneer duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan verleent het college ambtshalve of op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende uitstel van betaling of treft het college een betalingsregeling. Het besluit waarin de betalingsregeling wordt vastgesteld vermeldt in ieder geval
de maandelijkse aflossingsverplichting;
de datum van ingang van de aflossingsverplichting;
de wijze waarop het besluit, bij gebreke van tijdige betaling, ten uitvoer wordt gelegd, waaronder tevens begrepen de aankondiging dat eventuele executiekosten vanwege inschakeling van derden voor rekening van belanghebbende zijn;
de mededeling dat, bij gebreke van tijdige betaling, de vordering in zijn geheel, zonder verdere vooraankondiging, ineens opeisbaar wordt en dat het college in dat geval niet langer gehouden is aan de vastgestelde aflossingsverplichting als genoemd in het derde lid, onder a.;
aan welke vordering(en) de betaling wordt toegerekend.
**4.** Het college wijst een verzoek van belanghebbende tot een betalingsregeling of een betalingsvoorstel af indien belanghebbende beschikt over vermogen voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende vermogensgrens van artikel 34 van de wet. Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt
worden de vorderingen die het gevolg zijn van teveel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten en
is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de wet van overeenkomstige toepassing.
**5.** Aan een besluit tot uitstel van betaling of het treffen van een betalingsregeling kunnen in ieder geval de volgende verplichtingen worden verbonden:
de verplichting om de ontvangst van inkomsten of vermogen onverwijld te melden;
de verplichting om een wijziging van leef- of woonsituatie te melden;
de verplichting om bepaalde vermogensbestanddelen te gelde te maken.
**6.** Een verzoek tot wijziging van de betalingsverplichting of uitstel van betaling schort de bestaande betalingsverplichting niet op.
HOOFDSTUK 8
Artikel 8.7
Invordering
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2015