Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 3.4 › Paragraaf 7

Artikel 2.7.5

Aansluiting anders dan aan de openbare riolering

Onderdeel van nr 07.01 c. Bouwverordening Zevenaar 2007 (toelichting en bijlagen toelichting)

Alternatief 2 (Gekozen bij raadsbesluit van 18 december 2002) Lid 2, onder b De voorgeschreven verplichting om het hemelwater niet op traditionele wijze af te voeren naar het gemeenteriool of naar oppervlaktewater, maar naar een op het eigen erf of terrein aan te leggen opvang- en bezinkingsvoorziening, berust op milieuhygiënische overwegingen (‘duurzaam bouwen’). Hiermee wordt beoogd om het hemelwater aan de bodem toe te voegen om op deze wijze zo veel mogelijk bij te dragen aan de instandhouding van het grondwaterpeil en het tegengaan van verdroging van het milieu. Afhankelijk van de grootte van het erf en de bodemgesteldheid ter plaatse kan bedoelde infiltratievoorziening bestaan uit een in de grond aangebrachte infiltratieput, een drainage, een grindbak, een bezinkingsvijver of een daarmee gelijk te stellen voorziening. Richtlijnen voor dergelijke voorzieningen kunnen worden ontleend aan ISSO-publicatie nr. 70-1, Hemelwater binnen de perceelsgrens – Ontwerp en uitvoering van voorzieningen ten behoeve van opvang, gebruik en infiltratie van hemelwater binnen de perceelsgrens, uitgave Stichting Bouwresearch (SBR), Rotterdam, september 2000 (telefoon 010-2065959). De aanvrager van de bouwvergunning dient van tevoren te (laten) onderzoeken welke van de genoemde infiltratievoorzieningen, gelet op de ter plaatse aanwezige bodemgesteldheid en grondwaterstand, voor zijn bouwplan geschikt is. Bij het ontwikkelen van een bestemmingsplan of grootschalig bouwproject zal een dergelijk onderzoek in de praktijk reeds in het kader van het vooronderzoek door de projectontwikkelaar zijn verricht en/of kunnen de uitkomsten van gemeentewege beschikbaar worden gesteld. Lid 3, onder b Om verzakking van de te stichten of reeds aanwezige bouwwerken, alsmede wateroverlast voor de belendende percelen te voorkomen moet de infiltratievoorziening voor hemelwater zodanig op het eigen erf kunnen worden gesitueerd dat voldoende afstand tot genoemde bouwwerken en de perceelgrenzen in acht wordt genomen. Die afstand is geen vast gegeven, maar hangt af van de hoeveelheid te lozen hemelwater in relatie tot de aard van de infiltratievoorziening en de bodemgesteldheid ter plaatse. Op grond van de terzake overgelegde of bij de gemeente aanwezige gegevens kunnen burgemeester en wethouders dan ook ontheffing verlenen van de verplichting tot het aanbrengen van een infiltratievoorziening, indien de bodemgesteldheid, de grondwaterafvoer en/of de geringe afmetingen van het erf daartoe aanleiding geven. Bij de keuze van een meer traditionele wijze van hemelwaterafvoer is overigens van belang dat terwille van een goede werking van een rottingsput (septic tank) daarop geen afvoerleidingen voor hemelwater mogen worden aangesloten. Algemeen Vanaf 1 januari 2005 mogen afvalwaterstromen niet meer onbehandeld op oppervlaktewater of in de bodem geloosd worden. Afvalwater zal dan afgevoerd worden via de gemeentelijke riolering of de lozing wordt behandeld in een voorziening die bepaalde stoffen uit het afvalwater verwijdert. Incidenteel zal afvoeren per as of uitrijden tot de mogelijkheden behoren. Een voorziening die bedoeld is om een afvalwaterstroom met een vervuilingswaarde van 200 of minder inwonerequivalenten (i.e.) te zuiveren, wordt een systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater (een IBA-systeem) genoemd. In de geactualiseerde module B4000 “Individuele Behandeling van Afvalwater: IBA-systemen” komen de volgende aspecten van deze systemen aan de orde: certificering, karakteristieken en zuivering van afvalwater, technologie, dimensionering, energieverbruik, onderhoud en kosten van IBA-systemen, wettelijk kader en organisatorische aspecten en toekomstige ontwikkelingen. In de module komen IBA-systemen aan de orde die in 2002 op de markt beschikbaar zijn. Op basis van in dit jaar beschikbare gegevens wordt informatie gegeven over bovengenoemde aspecten. Gegevens zijn afkomstig van leveranciers, rapportages over praktijkervaringen en literatuur uit binnen- en buitenland. IBA-systemen zijn in eerste instantie ontwikkeld voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater. De informatie over IBA-systemen in deze module heeft dan ook voornamelijk betrekking op dit type afvalwater. In enkele gevallen wordt ook aandacht besteed aan de gecombineerde behandeling van huishoudelijk afvalwater en melkspoelwater, afvalwater dat vrijkomt bij de reiniging van de melkinstallatie en de melktank in de rundveehouderij. De IBA-systemen zijn ingedeeld op basis van het type zuiveringstechnologie. Van een bepaald type zijn meestal meer uitvoeringen op de markt. De gegeven informatie moet dan ook beschouwd worden als indicatief voor de behandelde systemen. De module kan dienen als hulpmiddel bij het nemen van beslissingen over toepassing van alternatieven voor riolering.

Rechtspraak bij dit artikel