**1..** De aanvrager heeft maximaal een maand de tijd om aan te tonen dat er geen voorliggende voorziening is (het kunnen belasten of verder belasten van de woning of bedrijfspand).
**2..** Bij een bestaande hypotheek op de woning of bedrijfspand moet betrokkene zich hiervoor wenden tot de financieringsinstelling(en) die de hypothe(e)k(en) heeft gevestigd en ingeval de woning/het bedrijfspand vrij van hypotheek is moet betrokkene zich hiervoor tot minimaal drie financieringsinstellingen wenden voor het verkrijgen van een hypotheek.
**3..** Bij het opleggen van een eis tot verkoop van de woning worden de volgende zaken in de afweging meegenomen:
- - de hoogte van de overwaarde van de huidige woning;
- - de omvang van de huidige woning in relatie tot de gezinsgrootte;
- - de huidige woonlasten en de noodzaak om hiervoor bijzondere bijstand te verlenen;
- - de situatie op de woningmarkt in verband met verkoop van de huidige woning;
- - de beschikbaarheid van toereikende vervangende woonruimte in het plaatselijke bestand sociale huurwoningen;
- - de woningmarkt in verband met de mogelijkheid tot aankoop van een andere woning of het huren van een andere woning in de vrije huursector;
- - de woonkosten die gaan gelden bij koop of huur van vervangende woonruimte;
- - de individuele sociale omstandigheden.
**4..** Indien aanvrager alleen een bedrijfspand in eigendom heeft, wordt geen verkoop geëist.
**5..** - Het college houdt bij de beslissing de woning verder te bezwaren dan wel verkoop te eisen geen rekening met:
- - een eventuele toekomstige waardedaling van de woning;
- - de wens de overwaarde aan te wenden als toekomstige oudedagsvoorziening;
- - de kosten van groot onderhoud van de woning.