Onverminderd artikel 2, tweede lid, is de maatregel, bij gedragingen als
bedoeld in artikel 14, gelijk aan:
5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van
de eerste categorie;
10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de tweede categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de derde categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen
van de vierde categorie;
een eenmalig bedrag ter hoogte van de laatste twee maanden
gederfde netto inkomsten dan wel het gemiddelde van de te
verwachten inkomsten, bij gedragingen van de vijfde
categorie.
Indien de hoogte van het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld,
wordt de maatregel vastgesteld op 100% van de uitkeringsnorm gedurende
een maand.
Hoofdstuk 3
Artikel 14
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en verrekening bestuurlijke boete 2015