**1..** Een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede
lid, Participatiewet, anders dan het niet behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 9, vierde lid, aanhef en
onderdeel a, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag met inbegrip
van het onverantwoord bestede vermogen.
**2..** Een maatregel wegens het niet nakomen van een door het college
opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55, Participatiewet,
dan wel artikel 38, eerste lid, Bbz, wordt afgestemd op het
benadelingsbedrag.
**3..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel, bedoeld in
het eerste en tweede lid, vastgesteld op:
**a..** bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 10% van de uitkeringsnorm
gedurende een maand;
**b..** bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 20% van de
uitkeringsnorm gedurende een maand;
**c..** bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 40% van de
uitkeringsnorm gedurende een maand;
**d..** bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- of meer: 100% van de
uitkeringsnorm gedurende een maand.
**4..** Indien geen benadelingsperiode of -bedrag kan worden vastgesteld,
bedraagt de maatregel 20% van de uitkeringsnorm gedurende een
maand.
**5..** Als een (beginnend) zelfstandige niet meewerkt aan begeleiding door
een door het college aangewezen derde, als bedoeld in artikel 2,
derde lid, onderdeel b, Bbz, wordt een maatregel opgelegd van 20%
van de uitkeringsnorm gedurende een maand.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en het niet nakomen van overige verplichtingen
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en verrekening bestuurlijke boete 2015