Onverminderd artikel 2, tweede en derde lid, wordt de maatregel, bij gedragingen als bedoeld in het voorgaande artikel, vastgesteld op:
5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017