Onverminderd artikel 2, tweede en derde lid, wordt de maatregel, bij gedragingen als bedoeld in het voorgaande artikel, vastgesteld op:
- - 5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
- - 10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
- - 20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
- - 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.