Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 12

Inkeerbepaling

Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017

1.. Het college kan de opgelegde maatregel als bedoeld in artikel 18, vijfde t/m achtste lid, Participatiewet stop zetten, op schriftelijk verzoek van belanghebbende als bedoeld in artikel 18, elfde lid, Participatiewet, indien hij aantoont dat: a.. uit zijn houding en gedraging blijkt dat hij de verplichtingen als genoemd in artikel 18, vierde lid, Participatiewet ondubbelzinnig nakomt; en b.. het aannemelijk is dat continueren van de maatregel zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin of andere onaanvaardbare consequenties heeft voor eventuele minderjarige belanghebbende(n). 2.. Toepassing van het eerste lid is niet mogelijk binnen een maand na ingangsdatum van de maatregel. 3.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, vindt stopzetting van de maatregel plaats met ingang van de datum waarop het verzoek als bedoeld in het eerste lid, is ontvangen. 4.. Als sprake is van een maatregel op grond van artikel 18, vierde lid, onderdeel a, Participatiewet, vindt geen stopzetting plaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel