Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Indeling in categorieën

Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017

Gedragingen van een belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond van de artikelen 13, 20, 37 en 38 van de IOAW/IOAZ niet of onvoldoende zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van de registratie. Tweede categorie: het niet of onvoldoende naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een gegeven plaats en tijd te verschijnen. Derde categorie: gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen, als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, IOAW/IOAZ; het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, IOAW/IOAZ; het uit houding en gedragingen ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, IOAW/IOAZ, niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, IOAW/IOAZ. Vierde categorie: het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, anders dan bedoeld in de vijfde categorie; het niet of onvoldoende meewerken aan een vastgesteld plan van aanpak. Vijfde categorie: het door eigen toedoen verliezen van een inkomen uit of in verband met arbeid, waarbij: aan de beëindiging van de dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; dan wel de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. het weigeren om hem aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, terwijl belanghebbende een uitkering ontvangt op basis van de IOAW/IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel