Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en het niet nakomen van overige verplichtingen

Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2017

1.. Een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, Participatiewet, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 9, vierde lid, aanhef en onderdeel a, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag met inbegrip van het onverantwoord bestede vermogen. 2.. Een maatregel wegens het niet nakomen van een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55, Participatiewet, dan wel artikel 38, eerste lid, Bbz, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 3.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel, bedoeld in het eerste en tweede lid, vastgesteld op: a.. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: 10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand; b.. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand; c.. bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: 40% van de uitkeringsnorm gedurende een maand; d.. bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- of meer: 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand. 4.. Indien geen benadelingsperiode of -bedrag kan worden vastgesteld, bedraagt de maatregel 20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand. 5.. Als een (beginnend) zelfstandige niet meewerkt aan begeleiding door een door het college aangewezen derde, als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, Bbz, wordt een maatregel opgelegd van 20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel