Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 12.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ridderkerk 2015

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2.. De verlaging wordt vastgesteld op: 100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende twee maanden, indien belanghebbende verwijtbaar geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering of daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering, of een andere voorziening die voorziet in middelen voor levensonderhoud, dan wel het verwijtbaar verliezen van een zodanig recht; 100% van de bijstandsnorm of grondslag, gedurende de periode dat belanghebbende een beroep doet op bijstand als gevolg van boetewaardige gedragingen; 100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien hij op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend; Als de gevestigde zelfstandige voorafgaand aan de aanvraag Bbz 2004 tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, wordt als maatregel artikel 21, eerste en tweede lid Bbz 2004 niet toegepast (kapitaal- en rentereductie). als de periode onder b en c vanwege dringende redenen korter wordt vastgesteld dan de betreffende bijstandsperiode, dan wordt voor het overige deel van de oorspronkelijk vastgestelde periode een verlaging toegepast van 10% van de bijstandsnorm of grondslag

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel