**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede
lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het
benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende twee
maanden, indien belanghebbende verwijtbaar geen of geen
volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale
verzekering of daarmee naar aard en doel overeenkomende
buitenlandse regeling of private verzekering, of een andere
voorziening die voorziet in middelen voor levensonderhoud,
dan wel het verwijtbaar verliezen van een zodanig
recht;
100% van de bijstandsnorm of grondslag, gedurende de periode
dat belanghebbende een beroep doet op bijstand als gevolg
van boetewaardige gedragingen;
100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende de periode
die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen
indien hij op verantwoordelijke wijze de middelen waarover
hij beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben
aangewend;
Als de gevestigde zelfstandige voorafgaand aan de aanvraag
Bbz 2004 tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de
WWB, wordt als maatregel artikel 21, eerste en tweede lid
Bbz 2004 niet toegepast (kapitaal- en rentereductie).
als de periode onder b en c vanwege dringende redenen korter
wordt vastgesteld dan de betreffende bijstandsperiode, dan
wordt voor het overige deel van de oorspronkelijk
vastgestelde periode een verlaging toegepast van 10% van de
bijstandsnorm of grondslag
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ridderkerk 2015