**1..** Het bedrag van de verlaging, bedoeld in artikel 10, wordt toegepast
over de maand van oplegging van de maatregel en de volgende twee
maanden als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
**2..** Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel a, kan de
verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de
maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de
verlaging wordt toebedeeld.
**3..** Bij een verlaging als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt op
verzoek van belanghebbende de verlaging toegepast over drie maanden
waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de twee
daaropvolgende maanden een derde van de verlaging wordt
toebedeeld.
**4..** Als sprake is van een verlaging op grond van artikel 18, vierde lid,
onderdeel a, van de Participatiewet, vindt geen verrekening als
bedoeld in het eerste lid plaats.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11.
Verrekenen verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ridderkerk 2015