De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt
vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand
bij gedragingen van de eerste categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende 1
maanden bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende 2
maanden bij gedragingen van de derde categorie.
Op verzoek van belanghebbende wordt de verlaging onder b
verspreid over 2 maanden van 50%, en de verlaging onder c over 3
maanden van 66,67%.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ridderkerk 2015