Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18,
vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt
de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:
één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18,
vierde lid, onderdeel b, f en g, van de Participatiewet;
twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel
18, vierde lid, onderdeel a, c, d, e en h, van de
Participatiewet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Ridderkerk 2015