De subsidie ingevolge artikel 7 wordt verleend onder de
voorwaarde dat:
de eigenaar het monument onveranderd bewaart en
onderhoudt in de staat waarin het door de restauratie is
gebracht;
de eigenaar vanaf de aanvang van de restauratie op zijn
kosten het monument verzekert dan wel verzekerd houdt
tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van
de restauratie het monument daartegen verzekert
houdt;
de eigenaar voor de duur van de restauratie een
Casco-All-Risks verzekering afsluit.
Burgemeester en wethouders kunnen voorts beslissen dat de
subsidie ingevolge artikel 7 wordt verleend onder de voorwaarden
dat:
het werk wordt aanbesteed overeenkomstig door
burgemeester en wethouders nader te stellen eisen;
de aanvang van het werk ten minste een week van tevoren
wordt gemeld bij burgemeester en wethouders;
met de uitvoering van de werkzaamheden wordt begonnen
binnen 26 weken na de datum van het besluit tot
verlening van de subsidie;
binnen 30 maanden na de verlening van subsidie de
werkzaamheden moeten zijn voltooid en de gereedmelding
als bedoeld in artikel 18 ingediend;
aan de door burgemeester en wethouders met controle
belaste personen inzage wordt verleend in de op het
treffen van de voorzieningen betrekking hebbende
gegevens.
het beschermd monument voorzien moet worden van een of
meer installaties ter voorkoming van brand of
blikseminslag ter bescherming van de monumentale waarde
van dat monument;
Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen
afwijken van het bepaalde in het eerste lid en in het belang van
het monument aanvullende voorschriften verbinden aan het
verlenen van subsidie.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
– Subsidievoorschriften
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Montfoort 2005